Toen Harderwijk in het jaar 1231 stadsrechten ontving van Graaf Otto de 2de van Gelre kreeg de stad het recht een stadsmuur te bouwen. Met dat recht was de muur er nog niet, want het realiseren van een dergelijk bouwwerk was een langdurig een arbeidsintensief proces. Vermoedelijk zijn de eerste muren wallen van aarde geweest die hier en daar met hout en paalwerk werden verstevigd. Harderwijk werd daardoor een verdedigbare vesting en kon als strategisch steunpunt dienst doen. De graaf droeg op deze manier zorg voor de bescherming van zijn eigendommen en bezit.
In de 14de en 15e eeuw werden de aarden wallen geleidelijk vervangen door een muur van 2½ meter hoogte en om toegang tot de stad te verkrijgen werden er poorten en torens gebouwd. Aan de zeezijde kwamen twee bruggepoorten, de Hogebruggepoort en de Lagebruggepoort met het Oude Blokhuis als extra verdedigingswerk. Dit blokhuis dateert uit 1310. De bruggepoorten waren, zoals de naam al suggereert, voorzien van een lange brug in zee, waaraan platbodems en roeiboten konden afmeren. Ze fungeerden als aanlegsteiger voor schepen en via deze bruggen werd scheepslading aan en afgevoerd. De Hogebruggepoort lag ter hoogte van de Bruggestraat, de Lage bruggepoort ter hoogte van de huidige Vischpoort. Beide poorten zijn voorzien van groeven waarin vloedplanken konden worden geplaatst. Hiermee kon men zich weren tegen overstroming en/of stormvloed.
De landzijde van de muur werd in de 15de eeuw gebouwd en ook hierin werden poorten gebouwd die toegang tot de stad verschaften. De Smeepoort, de Grote Poort en de Luttekepoort zijn poorten die nog voortleven in de huidige straatnamen. Alleen van de Smeepoort resteren nog enkele resten. Van de Luttekepoort zijn nog muurresten te traceren. Regelmatig werden de muren versterkt en verhoogd, waarschijnlijk omdat het geschut steeds krachtiger werd, mogelijk omdat men zich bewuster werd van het altijd dreigende gevaar. Tot 1500 was het relatief rustig in de vesting Harderwijk en hadden handel en scheepvaart een positief effect op de groei en welvaart.
Harderwijk groeide voorspoedig en men was zich niet bewust van de naderende rampen. De stadsbrand in 1503 was de eerste, gevolgd door een pestepidemie een tiental jaren later. Ook raakte Harderwijk betrokken bij de strijd tussen Karel V en de hertog van Gelre, waardoor de stad, dan weer door de ene, dan weer door de andere machthebber werd ingenomen. Rond 1530 werden de Hogebruggepoort en de Lagebruggepoort opgetrokken en verstevigd en werd het nieuwe Blokhuis gebouwd.
Aan de landzijde van de stad werd bos weggekapt om een vrij schootsveld te maken en in de muur werden rondelen en wachtgebouwen gemaakt. In 1673 werden een aantal poorten, na een bezetting door soldaten van de Franse Koning Lodewijk, opgeblazen en afgebroken.
Omdat er geen toegankelijke haven was en de kust van de Zuiderzee aan de oostelijke kant verzandde werd de stad Harderwijk moeilijk bereikbaar voor schepen en verplaatste de handel zich naar het westen. Hoorn, Enkhuizen en vooral ook Amsterdam profiteerden van de welvaart en veel kooplieden trokken die kant op. Harderwijk verzandde zowel letterlijk als figuurlijk. Pas de aanleg van de haven in 1899 maakte de stad weer enigszins bereikbaar voor grotere schepen.



















Laatste reactie’s